Uit de pastorie2021-03-29T15:49:03+02:00

Uit de Pastorie

Lest best

Het eerste is vaak moeilijk. “Past precies”, zou je zeggen. Want het begin is meestal zwaarder als verderop. Er zit inderdaad wel een logische opbouw in veel dingen.
Neem bijvoorbeeld het maken van een column. Als je aan het begin van de maand al vast eens denkt over het volgende Appèl, dan moet er toch weer een column uit de pen komen, of uit de computer. Dus in het begin kun je je soms wel eens afvragen wat er nu weer in moet. Maar als je het thema na verloop van tijd enigszins in je hoofd hebt, gaat het vormgeven meestal meer vanzelf. Je probeert wat leuke, soms wel dubbelzinnige termen te gebruiken. Want mijn mening is dat we in ons christenleven best een lach of een glimlach mogen laten zien. Heeft een ander er ook wat aan, toch?
En naarmate je het verhaal opschrijft, of al eerder, denk je in het achterhoofd aan de boodschap die je er mee door wilt geven aan de lezer. Een waardevolle, zo niet geestelijke boodschap. Mogelijk naar eigen inzicht, maar wel bijbels verantwoord natuurlijk.
In het begin, ongeveer 7 jaar geleden, toen ik gevraagd werd, waren mijn gedachten: Wat krijgen we nou? Waarom ik? Maar na een poosje besloot ik het te gaan doen.
En wat ik nou het mooie van alles vind, dat ik er duidelijk in werd bevestigd. Zo zie ik het zelf tenminste. Op de bewuste dag toen ik het besluit genomen had om columns te willen gaan schrijven voor Appèl, was er een workshop in Stede Broek. In de bibliotheek daar, over het schrijven van columns, want het had mijn interesse.
Ik had me er voor ingeschreven, maar het was vol, er was geen plaats meer. Jammer, maar niks aan te doen. Het verbaasde me dan ook nogal toen om kwart over zes de telefoon ging en er gezegd werd dat er onverwachts nog plaats was voor 1 persoon. En of ik nog wilde en kon komen. De avond begon om half acht en ik was er. Iedereen zal zoiets waarschijnlijk verschillend opvatten. Maar zoals gezegd, zag ik dit als een bevestiging dat mijn keus om columns te gaan schrijven voor Appèl de goede is geweest.
Ik zag het als een taak die op mijn weg kwam. Misschien dat er nu iemand komt die het overneemt.
Want nu, na die jaren is het tijd voor een frisse wind.
En met die frisse wind is het hopelijk net als met de Heilige Geest:
Je kunt hem niet zien, maar wel merken.

Jacob

Feestje

We hadden ergens een feestje. Bert vertelde me daar een opmerkelijk verhaal. Het bleek dat zijn vader gelijktijdig in hetzelfde verzorgingshuis verbleef, op dezelfde huiskamer als mijn moeder.
Eens had Bert een klus voor zijn vader gedaan waarvoor hij hem erg dankbaar was. Hij wilde zijn zoon met iets moois bedanken. Bert hoefde geen kado. Maar hij zei,”Ik zou blij zijn als u even naar mij wil luisteren”. Toen kreeg hij de aandacht die nodig is om het evangelie op een duidelijke, eenvoudige manier uit te leggen. En dat heeft hij toen gedaan.

Dit is inmiddels ongeveer 25 jaar geleden. Het speelde zich dus af op dezelfde afdeling, waar mijn moeder woonde. Bert had meerdere keren een perzik of een peer voor haar geschild en aan haar gegeven. Want ze was grotendeels verlamd. Spreken ging ook niet, maar hij kon zien in haar ogen dat zij een bijzondere vrouw moest zijn. Ik vond het opvallend dat iemand die haar eerder nooit gekend had dit zo tegen me zei. Verwonderlijk dat enkelen van het toenmalige personeel zoiets ook al eens eerder tegen ons, als haar kinderen, hadden gezegd. Ook zij hadden moeder nooit gekend. Ik zei die zaterdagavond dat ik het waardevol vond dat Bert dit zo

tegen mij vertelde. En dat ik het zou doorgeven aan mijn broers en zussen. Want het is best goed om dit soort dingen met elkaar te delen.
Elly deed die tijd een evangelisatiecursus. Ze zag tegen het praktijkgedeelte op; enquêtes afnemen bij mensen. Zo belden ze toen ergens aan en de jonge vrouw die hen te woord stond, zei na de enquête dat ze geïnteresseerd was in het geloof. Want ze had eerder in een verpleegtehuis gewerkt en had meegemaakt dat een bezoeker daar een bewoner vertelde hoe het precies zat met het evangelie. Nou, en dat wilde zij ook graag hebben.
Elly kon haar oren niet geloven. Want wat die vrouw, daar in de deuropening vertelde, over die bezoeker, dat ging precies over haar man. Haar Bert!
De lessen: We kunnen met onze ogen liefde uitstralen zodat het anderen opvalt. Zoals bij moeder.
Natuurlijk moeten ook wij onze opdracht oppakken, net als Bert.
Dan zullen er totaal onverwachte dingen gebeuren net als bij die jonge vrouw die erdoor geraakt was.
Pas veel later kunnen de kwartjes vallen en doorgegeven worden zoals nu, hier in Appèl.
Dan wordt het feestje van toen een dubbel feestje.

Jacob

Deel deze columns, kies je social:

Ga naar de bovenkant