Uit de pastorie2021-03-29T15:49:03+02:00

Uit de Pastorie

Uit de pastorie – Heb je naaste lief als jezelf.

Heb je naaste lief als jezelf. Ons leven lang blijft het een lastige opdracht om dit  in de praktijk te brengen. Een van de oorzaken daarvan is dat het moeilijk is om weg te geven wat je niet bezit. Hoe kun je koffie inschenken uit een lege pot?

In de stille week voorafgaand aan Pasen lezen we vaak in de kerk het verhaal van de voetwassing. Jezus en zijn leerlingen gaan Pesach vieren, maar vlak ervoor wast Jezus de voeten van zijn leerlingen. Niemand anders wilde dit slavenwerkje verrichten. Maar Petrus laat Jezus niet toe om hem de voeten te wassen.

Jezus reactie is er niet een van een compliment. Zo van: wat goed dat je het zelf doet! Integendeel. Jezus reageert: Als Ik jouw voeten niet was, dan heb je geen deel aan Mij. Of te wel: Als je geen genade kan ontvangen, kun je het ook niet schenken.

Voordat wij liefde aan elkaar kunnen geven, moeten we eerst liefde ontvangen. We moeten vóór alles Gods liefde voor ons toelaten. Omdat Jezus ons liefheeft, kunnen wij elkaar liefhebben. Eerst Hij. Dan wij. Zoals Hij, zo ook wij. Ik heb u een voorbeeld gegeven, legt Jezus uit. Een voorbeeld ter navolging. Maar ook een voorbeeld in de betekenis van een illustratie van wat Jezus een dag later, op Goede Vrijdag, zou gaan doen op de heuvel Golgotha. Daar aan het kruis zou Hij geen voeten wassen, maar harten.

Als wij onze harten door Jezus laten wassen en begrijpen wat dat inhoudt, dan kunnen we ook elkaars voeten wassen. Met dat doel voor ogen gaf Jezus zijn leven en gaf zijn Vader Hem op Pasen het leven weer terug.

We zijn gered om te redden. Geliefd om lief te hebben.

Met de opstandingskracht van Pasen stelt Jezus ons daartoe in staat!

Ik wens u en jullie rijk gezegende Paasdagen.

in de Coronatijd

Beste mensen,

Als ik op zondagmorgen in de camera kijk, dan doe ik mijn best om jullie in gedachten voor mij te zien. Ik realiseer me dat ik velen van jullie een jaar lang

niet of nauwelijks heb gezien. Intussen hebt u een andere bril gekregen, je liet je baard staan, misschien heb je een andere baan, of opleiding, alleen weet ik dat niet. Natuurlijk zijn onze online-kerkdiensten een uitkomst. Velen van jullie volgen ze trouw. Fijn. Maar het is tegelijk ook behelpen. Mijn oma had twee kinderen in Amerika wonen. Ze schreef ze elke week een brief, ze belde ze elk maand op, maar als de kinderen om de zoveel jaar ‘overkwamen’, zoals oma dat noemde, dan was het feest! Elkaar zien, aanraken, samen aan tafel zitten bij het eten – daar kan geen brief of telefoontje tegenop.

Dat missen we nu als gemeente. Naast elkaar zitten in de bank. Samenzang. Hardop gezamenlijk het Onze Vader bidden. Samen aanzitten aan de maaltijd van de Heer.

In de oude kerk was er een stroming die geloofde dat Jezus, de Zoon van God, alleen in schijn een lichaam had aangenomen. Jezus’ lichaam was ‘nep’.

Een soort van ‘Virtual Reality’. We zouden in deze tijd in de verleiding kunnen komen zo ook over de kerk te denken. We bestaan voornamelijk ‘online’, in de ‘cloud’. We zijn een Ziggokerk.

Maar een ‘virtual reality’ kerk is surrogaat, beter dan niks, maar surrogaat. Dat beseffen we nog meer dan voorheen, toen ‘naar de kerk gaan nog heel gewoon was’. Maar de tijden dat we in drommen naar de kerk gaan komen terug!

Ik denk aan Psalm 42. Een dichter die verlangt naar God en naar zijn tempel.

Hij is er lang niet meer geweest. Hij zegt het zo: Ik gedenk hoe ik vooraan / in de reien op mocht gaan/ om mijn dank Hem op te dragen. Wanneer zal ik Hem weer loven, / juichend staan in zijn voorhoven?

De dichter houdt de moed erin: Eens verschijn ik voor de Heer / vindt mijn ziel het danklied weer. Ik kan niet wachten…

God is groter dan de dood

Willen jullie wel geloven dat ik soms niet meer weet waarover ik moet schrijven. Als ik over corona begin, dan denken jullie: weet die man niets anders? Maar

doe ik of er niets aan de hand is, dan denken jullie: staat die man wel met beide benen in het gewone leven? Feit is dat corona vele ‘slachtoffers’ heeft gemaakt in onze gemeente. Tallozen die ziek werden, ernstig of minder ernstig en anderen voor wie corona het einde van hun aardse leven inluidde. Zoals wij in het vorige infoblad van twee gemeenteleden moesten vermelden dat zij aan corona overleden zijn, zo moeten we in dit infoblad hetzelfde doorgeven. Daarnaast

zijn er ook nog drie gemeenteleden overleden aan andere kwalen.

Vaker dan de meesten van jullie sta ik aan het graf of in een crematorium. Doorgaans zeg ik daar de geloofsbelijdenis op. In verbinding met de kerk der eeuwen zeg ik: Ik geloof in de wederopstanding des vlezes en een eeuwig leven.

Ik hecht aan die woorden. Ook al omdat ik er heilig in geloof. Voor God is de dood geen gebeurtenis die ons contact met Hem verbreekt. God weet ons te vinden ook als we in het graf of de urn zijn. Onze naam en zijn naam zijn voor eeuwig verbonden. Wie in Mij gelooft, zegt Jezus, zal leven, ook al is hij gestorven. Leven terwijl je dood bent? Natuurlijk kan ik daar met mijn verstand niet bij. Maar daar zit ik niet mee. Ik begrijp zoveel niet. Als God het maar begrijpt. En dat doet Hij. God is groter dan de dood. De Schepper van hemel en aarde kan meer aan dan ik ooit bevatten kan. Daarom reken ik op Hem als onze geliefden of wijzelf de laatste adem uitblazen. Zo kwam er toch weer een onderwerp om over te schrijven…

UIT DE PASTORIE – Half stok

Hoe hangt de vlag erbij?

Tot voor kort wapperde de vlag voor onze kerk fier in top met de dappere oproep: Houd moed. Heb lief.

Wat er aan scheelde weet ik niet, maar de vlag liet de moed zakken. Bij het minste zuchtje wind zakte hij naar half stok. De vlag werd weer in top gehesen, maar de dag erna liet hij het hoofd weer hangen. Een droevig gezicht voor een symbool dat oproept om de moed er in te houden.

Deze vlag is tekenend voor de sfeer in Nederland. We willen wel positief blijven maar de ondertoon is somber. ‘We zijn er nog niet vanaf.’ Dat is wat ik het vaakste hoor.

Ik kan niet in de toekomst kijken. Voorspellingen zijn dagkoersen. We moeten leven met onzekerheid. Maar is dat ooit anders geweest? We hebben toch nooit het leven in de hand? Er kan toch altijd van alles misgaan? En trouwens ook goed gaan. Corona doordringt ons extra van die realiteit. Maar in de kern van de zaak waren we én zijn we én blijven we afhankelijk van God. We bewegen in zijn hand.

Daarom ook zeggen wij in de kerk niet: gelukkig nieuwjaar! Alsof wij dat geluk zelf zouden kunnen maken… Wij zeggen: Veel heil en zegen. Vanuit het besef dat het ons gegeven moet worden. Ik heb goed nieuws: Laat onze God nu beloven dat te zullen doen!

Het vertrouwen in die zegen motiveert ons om, zelfs met een vlag half stok, moedig te blijven en lief te hebben!

ds. Koos Staat

Sterren kijken – Hoop houden in moeilijke tijden

Wandel eens op een heldere winteravond over de Dijk. Liefst op een maanloze nacht. Zijn je ogen aan het donker gewend, sta dan stil, neem de tijd en kijk omhoog. Het schouwspel dat zich boven je hoofd afspeelt is indrukwekkend. Zou je het aantal afzonderlijke stippen willen tellen kom je tot 5000. Die stippen zijn evenzovele sterren, waarvan de meeste groter zijn dan onze Zon. Het gaat ons denken te boven dat je vier jaar en twee maanden zou moeten reizen met de snelheid van het licht, om in de buurt te komen van de dichtstbijzijnde van die 5000 sterren, Proxima Centauri. En wie zich indenkt dat die 5000 voor onze ogen zichtbare sterren slechts een fractie uitmaken van de minstens 100 miljard sterren van onze Melkweg kan zich alleen maar nietig voelen. ‘Een stofje op de weegschaal, een druppel in een emmer’ (Jesaja 40:15).

‘Kijk naar de sterren.’ God zei dit tegen Abraham (Genesis 15:5,6). Op een moment dat hij de moed verloren had. God had hem een zoon beloofd; nageslacht dat tot zegen zou zijn voor de wereld. Maar wat er elke maand ook gebeurde bij zijn vrouw Sara, zwanger werd ze niet. De sterren. Het zijn evenzovele maaksels van Gods handen. Sterren kun je tellen. Maar ze vertellen je ook iets. Abraham raakt de tel kwijt. ‘Zo groot zal je nageslacht zijn.’  Wat de sterren aan Abraham vertellen, is een bemoediging: God die de sterren in zijn hand houdt kan en zal en wil ook voor Abraham zorgen. Abraham keek naar de sterren ‘en vertrouwde op de Heer en deze rekende het hem toe als een rechtvaardige daad’
‘Kijk omhoog!’ Ook de profeet Jesaja moedigt het volk in de Babylonische ballingschap daartoe aan (Jesaja 40:26). Ook op een moment dat zij de moed dreigen te verliezen.
Babels macht lijkt onoverwinnelijk. Jesaja vervolgt: ‘Wie heeft dit alles geschapen? God laat het leger sterren voltallig uitrukken, Hij roept ze bij hun naam, een voor een.’ Ook dit is een bemoediging: Zulk een machtig God laat zijn volk niet uit zijn handen vallen!
Ook wij leven in een moeilijke tijd. Toen heette het gevaar Babel, of Rome. Nu heet het Corona. Wat kunnen we doen? Mijn advies: Kijk omhoog! Kijk naar de sterren. En vooral naar die ene: de ster van Bethlehem. De ultieme bemoediging. God ziet in Christus naar de wereld om! Wij kijken misschien somber naar beneden, of angstig naar opzij. Kijk vooral naar omhoog. Kijk naar de Ster. Houd moed!
Ds. J. Staat

Houd moed! Heb lief!

Houd moed! Heb lief!
Hebben jullie de vlag zien wapperen bij de kerk? Daarop staat: Houd moed!
Heb lief! Deze aansporing is precies wat we nodig hebben.
Laten we volhouden en laten we vooral aan elkaar schenken wat er het meest toe doet: liefde, aandacht, compassie.
Natuurlijk blijft het een lastige tijd. Ik wil niet klagen, maar om te gaan juichen is wel weer het andere uiterste.
Ik zie om mij heen dat het velen van ons lukt om de moed erin te houden!
Ik heb bewondering voor jullie, en met name voor de trouwe vrijwilligers en medewerkers onder ons, die het kerkenwerk gaande houden.
Er is meer dan corona. Nog steeds hebben we familie en vrienden om ons heen. Nog steeds is er ons dagelijks werk. Nog steeds worden we jarig. Nog steeds komt elke morgen de zon op. Nog steeds kunnen we wandelen en fietsen.

Nog steeds zijn er kerkdiensten.
Het is waar, veel dingen doen we op een andere manier, maar ondanks de afstand van anderhalve meter valt er veel te genieten. Het is te vergelijken met het schijnen van de zon. Als het lange tijd somber weer was, dan ben je daar extra blij mee! Als ik nu een kaartje krijg raakt me dat. Een hartelijk gesprekje beurt me op. Met kleine, vaak creatieve dingen die we voor elkaar bedenken, bewerken we veel goeds.
Corona maakt veel positieve energie los. We kunnen meer dan we eerst dachten. Het maakt ook geduldig. En is het besef dat wij als mensen kwetsbaar zijn zo slecht? We zijn toch ook afhankelijk van Gods kracht en zegen? Dat leren we dus maar weer. We zijn dubbel dankbaar met wat we zijn en hebben.

Ik hoop dat deze Coronatijd niet lang meer duren zal. Ik ga deze periode niet missen, maar ik tel ook mijn zegeningen. Ik heb in deze periode vaker nagedacht over de zin van het leven. Het besef dat ik zonder God niets kan heeft zich verdiept. Ik heb meer gebeden. De grote waarde van menselijk contact ben ik opnieuw gaan inzien. Een wandeling over de dijk of fietsen in de omgeving was vaak weldadig. Ik weet nog wel meer te noemen dat me dankbaar stemt.

Maar ik zal ophouden, anders ga ik toch nog bijna juichen over corona 😉

Deel deze columns, kies je social:

Ga naar de bovenkant