U wilt wel geloven dat ik graag zou schrijven over drukbezette kerkdiensten en over talloze kerkelijke activiteiten die lopen als een speer. Ik zou dolgraag optimisme willen uitstralen. Kon ik maar schrijven: ‘Hoera, corona is bedwongen! We kunnen weer allemaal tegelijk met een gerust hart naar de kerk komen, én we mogen weer zingen!’ Ik weet al lang wat ik op de eerste zondag dat we weer kunnen zingen zal opgeven als eerste lied: Alles wat adem heeft love de Here, zinge de lof van Israëls God! (Gezang 21, LvdK). Wat zal dat prachtig klinken!
Ik kan niet wachten tot het zover is …

Maar u en ik weten dat het Covid-19-virus nog steeds onder ons is. Wie had kunnen vermoeden dat we opnieuw slechts 30 personen in de kerkdienst kunnen verwelkomen en dat aan de kerkbezoekers wordt gevraagd om bij het binnenkomen in de kerkzaal een mondkapje te dragen. Het druist tegen alles in wat we als ‘normaal’ beschouwen. Gelukkig kunnen de kerkdiensten via kerkdienstgemist.nl live worden gevolgd. De opnameapparatuur blijkt zijn vruchten af te werpen, mede dankzij het team van mensen dat de ‘knoppen’ bediend. Intussen voelt dit tijdsgewricht als een periode van beproeving, ook voor onze gemeente. Ik probeer het te zien als een oefening in geduld, en ook als een wake-up call die ons doet beseffen dat wij minder te kiezen hebben dan wij vaak denken en ons met name doet beseffen hoezeer wij onze God nodig hebben.

Intussen houdt het bestaan niet op. En we kunnen nog altijd als kerkelijke gemeente functioneren. Met name op zondag gaat het anders dan we zouden willen. Maar kerkzijn is meer dan kerkgang, toch? Overal waar wij Christus navolgen, dáár is de kerk. Er zijn mogelijkheden te over om het goede te doen. Elke keer als wij iemand opbellen, of als we iemand opzoeken, of als we bidden voor iemand, of als we een kaartje sturen, dan functioneren wij als zout der aarde. En dan functioneren wij als kerk.

Laten we niet ophouden dat te doen. Juist aan die mensen belooft de Heer van de kerk: Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld. En tenslotte vertrouw ik er vast op dat ook deze tijd weer voorbij gaat. God houdt alles in zijn hand. Er gloort een mooie toekomst aan de horizon, ook al weet ik niet wanneer precies die aanbreekt. Maar komen zal die!