De wijze waarop wij als kerk u op zondag moeten ontvangen druist in tegen het gevoel. We willen als kerk gastvrij en hartelijk zijn: De kerkbel luidt uitnodigend, de kerkdeuren staan wijd open, je kan gaan zitten waar je wil, als je wilt zelfs anoniem op de achterste bank – zo hoort het toch? Maar corona maakt dat vooralsnog onmogelijk. Kerkgangers moeten zich van te voren aanmelden, en kom je onverwacht, bv. als gast of toerist dan moet je je naam en adres opgeven en er bestaat zelfs een kans dat tegen je gezegd wordt: sorry, u bent nummer 151, het is vol. Eigenlijk moet u best een grote drempel over, wil je naar de kerk gaan. En ben je eenmaal binnen, dan zit je ver van elkaar af, we zingen niet samen, er staan camera’s voorin, én ja, 100% garantie dat je niet tijdens de dienst besmet raakt kunnen we niet geven.

Intussen proberen de kosters en de ‘suppoosten in hesjes’ (wie had ooit gedacht dat die in de kerk zouden rondlopen?) er alles te doen om zo welkom mogelijk te laten voelen. Alle adviezen die de RIVM geeft worden strikt nageleefd. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. En eenmaal binnen dan ervaren we – met alle beperkingen – toch verbondenheid. Ik ben elke keer weer blij u en jullie te zien. Beter een half ei dan een lege dop. En van veel kerkgangers hoor ik dat de aanwezigheid bij een kerkdienst beter bevalt dan vooraf gedacht. Dus, ondanks al het bovenstaande: u bent meer dan welkom!

ds. Koos Staat