Vele jaren terug was er een uitzending van het programma Showroom dat regelmatig op de Nederlandse televisie te zien was. Het ging deze keer over de bewoner van de ‘Onzalige bossen’. Hij leefde daar in eenvoud zonder stromend water en elektriciteit.

Ik moest weer aan deze uitzending denken toen we eind september een bezoek brachten aan het Voorsterbos in de Noordoostpolder. Met mijn vrouw maakte ik daar een wandeling. En wat bossen dan uiteindelijk willen doen gebeurt dan ook… ze laten je verdwalen. Zo worden ze ‘onzalig’.

Van het een op het andere moment kan zich dat voltrekken. Het is misschien niet zo zeer het bos zelf dat verandert, er gebeurt iets met jezelf. We raakten van de route af. Niet dat we verdwaald waren hoor, maar de toch al wat krakkemikkige route aanduiding door middel van gekleurde pijltjes (wie had dat bedacht) was nu helemaal de weg kwijt. Het maakte eigenlijk niet uit welke kant je opliep, want het pad boog toch uiteindelijk af waar je niet naar toe wilde. Deze gebeurtenis overkomt meer mensen, je hoeft hiervoor overigens niet speciaal in een bos te lopen.

Geen wonder dat mijn aandacht uitging naar de ‘Onzalige Bossen’.

De zaken waar je van kon genieten tijdens de wandeling zijn plotseling geen hoofdzaak meer. Genieten blijkt opeens een luxe.
Zo kan het ook in ons geestelijke leven plotseling gaan, het wordt ‘onzalig’ om ons heen. In het gezang (Lied 747: vers 4), welke we enkele zondagen geleden in de morgendienst zongen, klinkt een bemoediging en een belofte. Ik werd er door gesterkt.

 

Ook ons zal God verlossen

uit alle pijn en nood,
van ’t woeden van de boze,
van ’t vrezen voor de dood,
van aarzelen en klagen,
verdriet en bitterheid,
van alles wat wij dragen,
van ’t lijden aan de tijd.

 

Een goede zondag toegewenst.

 

            Hendrik