Johannes 15:1-9: ‘De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen.'(vers 8)

Het verschil tussen vruchten en producten is niet zo moeilijk.
Vruchten groeien aan een boom.
Producten worden in een fabriek gemaakt.
Peren en appels zijn bekende vruchten.
De kleren die je draagt, zijn weer een goed voorbeeld van producten.

Wij zeggen: aan de vrucht kent men de boom. Die twee horen bij elkaar.
Op een natuurlijke manier. Als een boom in goede grond is geplant en het weer is goed, komen de vruchten ‘vanzelf’. Van vruchten kunnen producten gemaakt worden. We maken jam van vruchten. Appelmoes is ook zo’n bekend product. Of wat dacht je van heerlijk vers geperste sinaasappelsap?

Jezus heeft veel gelijkenissen verteld. Door middel van die gelijkenissen leerde Hij de mensen allerlei belangrijke dingen over het geloof. Eén van
die dingen was dat God van de mens verwacht dat hij veel vrucht draagt.
Het voorbeeld dat Jezus daarbij gebruikte, was een wijnstok.
Hij vergeleek mensen met de ranken aan een wijnstok. God is de wijnbouwer. Hij verwacht heel veel vrucht van Zijn wijngaard.

God verwacht ook veel vruchten van jou. Op de manier zoals je door God bedoeld bent. God schiep jou om je te laten zien wie Hij is. God hoopt dat je ook op Hem gaat lijken. Hij is je Schepper.

Weet je wat ik in mijn leven heb geleerd? Dat wij mensen veel meer bezig zijn met de producten die we maken dan met de vruchten die we voortbrengen. Je bent productief als je aan veel activiteiten meedoet, veel geld verdient, veel projecten afrondt. We maken ons veel minder druk om de vruchten die God van ons verwacht, zoals goedheid en liefde.

In onze maatschappij scoor je als je veel hebt gedaan.
God maakt Zich druk om wie je bent.

Ds. Arie van der Veer, uit ‘Geloof dat maar’.