Die man zag het niet zitten. “Nee, we zitten vol!” zei hij. Waarschijnlijk met een nors gezicht achter de – net op een kiertje – geopende deur. Ze mochten eens binnen glippen, die boeren van het platteland. Want eigenlijk hoorden ze er niet echt bij. Ze wilden naar een pas geboren baby en de ouders feliciteren. Als we de situatie zo eens bekijken, had die eigenaar toch ook wel weer wat gelijk. Als het vol is, kan er niks meer bij. Om ijzer met handen te breken valt niet mee. Per slot van rekening heeft iedere mens wat privacy nodig toch? Er was inderdaad eerder op de dag een jong echtpaar gekomen voor wat ruimte. Te laat. Ook toen al was het volle bak in zijn logement. Maar omdat hij ook wel zag dat de moeder moest bevallen, gaf hij hen een plekje achter, in zijn stal. Zou het daar ook niet zo geweest zijn als hier niet zo lang geleden? De stal bouwde men zo aan de huizen. Het maakte er vaak deel van uit. Wat zullen Jozef en Maria blij geweest zijn. Want de nachten buiten daar in Israël kunnen best koud zijn.
Dat wisten die boeren als geen ander. Maar deze nacht? Het was zo bijzonder wat hen verteld was. Met dat onverwachte licht, al die engelen en die geweldige boodschap. Dat wilden ze gelijk zien, aanbidden, de ouders feliciteren en het overal vertellen. Zij, nota bene het schorriemorrie van de maatschappij. En die schapen? Nou, die bleven wel liggen waar ze lagen. En zo kwamen ze nu bij die man die zijn logement zo vol had. Ze zullen wel zoiets gezegd hebben als: “Maar weet u wel dat hier in uw stal een Kind geboren is”? Toen heeft die man mogelijk wel gedacht van: “Hoe kunnen die boeren dat nou weten? Ik heb die aanstaande moeder wel gezien, maar zij toch niet”? Nee, want het was hun natuurlijk verteld door die engel. En dat kon die hotelman weer niet weten! Een stal waren die boeren gewend. Daar waren ze thuis. Ze gingen zich echt niet eerst om kleden om hier heen te gaan. Die herbergier zei dat er geen plaats was. Maar zij wilden naar de stal toe. Want daar was koning Jezus! En Hij zou later ook bij mensen komen in hun alledaagse leven, bij hen in hun gewone kloffie. Hij komt bij mensen die Hem zoeken. Ook gewoon, achterom.
Jacob