In oudtestamentische tijden maakten de volkeren rondom Israël van hun goden graag beelden. Die beelden waren er in alle mogelijke afmetingen en werden gemaakt van alle mogelijke materialen. Waarom deed men dat eigenlijk? Allereerst kon men zich zo gemakkelijker voorstellen wie de god was die men vereerde. Je kon zeggen: ‘Zo en zo ziet hij er uit.’ Maar in de tweede plaats kon men door een beeld te maken van zijn god -meende men- invloed op hem uitoefenen. Als er wat gebeurde, kon je hem er letterlijk met zijn haren bijslepen, en je kon zeggen: ‘Mijn god, doe er wat aan!’ Op die manier gebruikte men de goden als het 112-alarmnummer. Als men god nodig had draaide men zijn nummer, en als men hem niet nodig had belde men niet.

De Here, de God van Israël, eist van ons dat wij Hem dienen zonder gebruikmaking van beelden? Als eerste reden kunnen we bedenken dat, ook al zouden wij het willen, wij God niet kúnnen afbeelden: God is zo verheven, zo groot en zo heilig dat wij Hem nooit in een godenbeeld zouden kunnen vangen. Maar al zouden we het kunnen, zou het toch niet mógen. Want wie een beeld van God maakt, doet te kort aan de vrijheid van God. Als je eenmaal zo’n beeld had, zou je over God kunnen beschikken en Hem voor je eigen karretje kunnen spannen.

Wij hebben geen beeld van God nodig! God heeft een beeld van Zichzelf ontworpen. En wel in zijn Woord. En als we het beeld dat de bijbel van God tekent, niet voldoende duidelijk vinden, laten we dan kijken naar Jezus. Want Jezus is ‘de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen’. Anders gezegd: Jezus is het beeld van God. Willen we weten wie God is, laten we dan naar Jezus kijken.

Ongetwijfeld beogen wij met onze kerkelijke activiteiten God vreugde te geven. Dit gecombineerde nummer van Appel en de Startkrant staat vol met dingen die georganiseerd worden. Fijn! Maar als u de vraag stelt wat u persoonlijk kunt doen om God vreugde te geven, dan zou ik zeggen: Laten we geen beeld van God maken, maar er een zijn! Als jouw vrienden jou zien, wat zien ze dan? Is aan u te zien wie God is? Lijken wij op het éne ware beeld van God, Jezus? Heb jij de ogen van Jezus? Kijk jij naar die ander, zoals Hij -in liefde- naar jou kijkt? Hebt u de oren van Jezus? Luister u naar die ander, zoals Hij -in geduld- naar u luistert? Hebben wij de handen van Jezus. Handen die helpen, handen die zich vouwen in gebed, handen die zich lieten spijkeren aan het hout. Hebben wij zulke handen? Kortom: Geen beeld van God maken, maar een beeld van God zijn. Daar zijn God én wij bij gebaat!

Ds. Koos Staat