Je moet er niet aan denken, en toch dacht ik het even: Stel dat 16 gemeenteleden op één dag, bijvoorbeeld door een busongeluk,
zouden omkomen – dat zouden we als een schokkende ramp ervaren.
Zoveel doden, op een dag. En toch zijn er onder ons precies zoveel gemeenteleden overleden, zij het in drie maanden tijd. En omdat ze de een na de ander overleden, ervaren we dat niet als een ramp, maar intussen hebben 16 families aan het graf gestaan. Bij 16 families stond de tijd even stil. Niets was belangrijk meer. Afscheid nemen was het enige dat telde. Sommigen stonden bij het graf met een overheersend gevoel van dankbaarheid, omdat ze een voldragen leven konden toevertrouwen aan God. Maar anderen hadden vooral verdriet, omdat ze nog veel langer van hun geliefde gestorvene hadden willen genieten.

Staande rond het graf zeggen we de Apostolische Geloofsbelijdenis op. Die aloude woorden mogen dan verwaaien in de ijle wind over de hoofden van die daar staan, maar die woorden zijn tegelijk uitermate krachtig. Ze tillen ons op en plaatsen onze levens in de lange lijn van geslachten, die met diezelfde woorden begraven zijn: Ik geloof in Jezus Christus, (…) die geleden heeft, gestorven is en begraven (…).

Jezus kent het lijden. Hij kent de dood. Hij kent het graf. We hebben een Hogepriester die met ons kan meevoelen. Hij weet het. Uit eigen ervaring. Jezus had eerder bij het graf van Lazarus staan huilen. De dood is wreed. Een tegendraadse ongewenste indringer. We kunnen er niets tegen beginnen.

Dat kan alleen God. Want staande bij het graf belijden we van die gestorven en begraven Heer, dat Hij ten derde dage is opgestaan van de doden. God heeft Hem opgewekt. De dood heeft een groot woord, maar niet het laatste. Dat is aan God.

16. Dat is een getal. Tellen is menselijk. Zo geven we orde aan het leven. God telt niet. Want getallen zijn nummers. Voor God zijn wij geen nummer. Maar mensen, ieder op zijn of haar eigen manier kostbaar en gewenst.
Er gaan geen getallen naar de hemel, maar personen. Met een naam.
Wij zijn bij God bekend en gekend: Ik heb je bij je Naam geroepen, jij bent van Mij. Daarom leven wij met onze naam, met heel onze ziel en zaligheid, ook na ons sterven voort bij God. Jezus leeft. En wij met Hem. Pasen is daarvan de belofte en grond.

ds. Koos Staat