Met enkele kennissen had ik laatst een gesprek. Het ging over de manier waarop we geloven. We vroegen dingen aan elkaar, en deelden onze persoonlijke kijk hierop. De kern van de discussie is het best als volgt te omschrijven: Onze God is onvoorstelbaar groot. We kunnen Hem niet meten, benoemen of beschrijven met ons menselijk vermogen. Hoe is het dan mogelijk dat sommige mensen zo zeker weten wat Gods wil is, of juist niet. Wie denken ze eigenlijk wel dat ze zijn?

Volgens mij zijn we hiermee beland in een patstelling die heel vaak voorkomt. Er kan hierdoor onbegrip en verwijdering ontstaan. Maar het gesprek met mijn vrienden was prettig, open, en – zoals het van vrienden verwacht mag worden – vriendelijk. We hebben elkaar duidelijk verteld hoe ieder van ons één en ander ziet. Voor geen prijs wil ik opdringerig zijn. Anderen vertellen hoe ik denk dat ze moeten leven is niet goed. Oordelen uitspreken is niet aan mij natuurlijk. Wel – en dat ligt er heel dicht tegen aan – vind ik het mooi om te laten zien hoe groot God in mijn beleving is.

Vader zelf zegt dat Hij mij waardevol vindt en heeft dat letterlijk en duidelijk op laten schrijven. Er staat ook wat Hij voor mij over gehad heeft. En hoe Hij dat deed. En daarom is het duidelijk dat zijn gevoelens voor mij echt en puur zijn. En Hij geeft ons de mogelijkheid om dit na te lezen. Voor mij is dit die paal boven water. Maar het is heel persoonlijk. Ik voel me wel eens die huismus die in een strenge winter tussen de huizen wat broodkruimeltjes ziet liggen. Hij tjilpt naar de anderen mussen in de buurt om te vertellen waar het zo belangrijke voedsel ligt. Maar wat ze er mee doen, moeten de anderen zelf weten. De dingen die Vader zegt, neem ik serieus.

Anderen geloven dat misschien niet. Als iemand redenen heeft om aan te nemen dat hetgeen Vader zegt niet, of maar voor een deel klopt, tja – dan dat. Dan kan, of wil die persoon dit waarschijnlijk moeilijk aanvaarden. Het is jammer dat mensen op dit punt elkaar vaak niet meer (willen) verstaan. Want als er in dit stadium gepraat en naar elkaar geluisterd wordt, gebeuren er andere dingen. Juist dan kun je elkaar leren accepteren, begrijpen, elkaar aanvullen. Even goede (of nog betere) vrienden.

 

Jacob