Het is alweer een poosje geleden. In onze vakantie liepen we toen door een tamelijk drukke winkelstraat te slenteren en hier en daar te snuffelen. Het weer was goed en er was een gezellige drukte. Maar wat ineens een schrik. Want toen ik iets wilde kopen en mijn geld ging pakken, kon ik mijn portemonnee toch niet vinden! En ook in een andere zakken niet. Na een geldopname uit de muur enkele minuten terug, was ik hem dus zomaar kwijt. Hij was niet op zijn plek. Waar hij hoorde! Wat voel je dan ineens rot. Er is niets belangrijker als je persoonlijke bezittingen op dat moment. Onmiddellijk ben ik, al spiedend naar de grond, teruggelopen naar de plaats waar ik hem het laatst gebruikt had. Maar de kans dat ik hem terug zou vinden was natuurlijk erg klein. Nergens natuurlijk tussen al die mensen. Aangekomen bij de geldautomaat waar ik geld gehaald had, kwam er iemand naar me toe. Hij gaf me het belangrijke ding weer terug. Hij had hem gevonden op straat. De man herkende me van de foto op het rijbewijs dat er in zat. Hij had op een bankje gewoon zitten afwachten tot ik terug zou komen om hem ook dáár te zoeken. En dat allemaal in die drukke winkelstraat waar zo veel andere mensen aanwezig waren. Die eerlijke vinder doet me denken aan Jezus Christus. “Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden”, staat er in Lucas 19:10. Daarvoor is het Kerst, Goede Vrijdag en Paasfeest geweest. Daardoor kan Hij ons thuis brengen. Naar de plaats waar we in principe horen. Net als mijn portemonnee. Die hoort nergens anders, maar op de plaats waar ik hem altijd heb. Onze plaats is ook niet ergens anders, maar bij God de Vader.

We zijn daarvoor gemaakt.

We zijn er, zeg maar, geknipt voor.

Alléén de vraag is of we gevonden willen worden. Je mag het zelf weten.

 

Jacob