Preek 26 juni 2016

Een feestelijke preek op een feestelijke zondag

Vroeger verschenen preken die bij bijzondere gelegenheden werden uitgesproken vaak in druk. Dat gold ook voor sommige preken van Andijker predikanten. In die traditie drukken we de preek van 26 juni 2016 af in Appèl, uitgesproken door ds. Koos Staat bij de her-ingebruikname van ons gerestaureerde kerkgebouw.

Vandaag mag ik toch wel zeggen dat wij een schitterend kerkgebouw hebben. Schitterend niet alleen omdat het er schitterend uitziet, maar ook en vooral omdat hier schitterende dingen gebeuren. In dit gebouw ontmoeten we God. Wij zijn niet gewend om God schitterend te noemen. Maar op een bepaalde manier is Hij dat zeker. Wij hebben een schitterende, stralende God. Dit kerkgebouw is in al zijn veelkleurigheid een afspiegeling van Gods veelkleurige heerlijkheid. Gods eigenschappen variëren van heilig en machtig tot liefdevol en genadig. Al die kleurschakeringen komen in ons kerkgebouw voor, zoals in de regenboog die God in de dagen van Noach aan de hemel plaatste als schitterend teken van zijn onwankelbare trouw.

Ik denk wel eens: als de muren van ons kerkgebouw konden spreken, wat zou het gebouw ons vertellen? Wat hebben wij in de 85 jaren dat deze kerk bestaat hier veel beleefd! Talloze zondagse kerkdiensten, de bediening van de doop, het doen van geloofsbelijdenis, avondmaal vieren, trouwen, begraven, met altijd weer als constante factor God die zijn gemeente ontmoet. God die spreekt door een open bijbel en de gemeente die antwoordt met lofprijzing, muziek en gebed.

Over de muren van de kerk gesproken, in 1929 stonden die er nog niet.
Ik wil u via de beamer een oude foto laten zien. Hij dateert van donderdag 25 juli 1929. Het was op die dag zonnig en droog. Er waaide een zwakke noordenwind en het werd 22 graden. Lekker weer. De mannen in het midden op de foto dragen een driedelig zwart pak. Het zijn de leden van de kerkenraad. Om de kerkenraadsleden heen staan groepjes mensen, netjes aangekleed, met op het hoofd in veel gevallen een hoed of een pet. Kennelijk was dat de mode in die tijd. Gezien de stemmige kledij van de ouderlingen staat er iets feestelijks te gebeuren. Maar wat?
Links in het midden op de foto staat een langere man met in zijn linkerhand een baksteen. Deze man, opgegroeid in een timmermansgezin in Friese Anjum, is de toenmalige predikant van de gereformeerde kerk van Andijk. Op dat moment is hij 33 jaar oud. Zijn naam is ds. Hendrik Steen.

Hij gaat de eerste steen leggen voor een nieuw te bouwen kerk, ontworpen door de Groninger architect Egbert Reitsma, die trouwens toen 37 jaar oud was.

Alle mensen op deze foto waren stuk voor stuk betrokken leden van onze kerk. Ik heb veel bewondering voor deze mensen. Een kerk bouwen is een offer brengen. Je besteedt geld en tijd niet aan je eigen huis, maar aan het huis van God. Een kerk bouwen is een daad van getuigenis.
Dit kerkgebouw mag met zijn funderingen en heipalen diep in de aardse West-Friese klei staan, maar de toren wijst onverbiddelijk naar boven, naar God, onze Vader die in de hemelen is. Een kerk bouwen is ook een daad van vertrouwen. Je bouwt iets wat langer zal bestaan dan jij zelf.
Je bouwt een kerk omdat je verwacht dat God zijn kerk trouw zal bewaren ook als jij er al lang niet meer bent, en ook als jij zelf misschien niet meer zo trouw bent.

Die kerk van toen zag er zo uit, zoals u op de tweede foto kunt zien.
Op donderdagavond 4 september 1930, om 19.00 uur ’s avonds is het gebouw door de gemeente in gebruik genomen. Ik had de gezichten van de mensen willen zien toen ze voor de eerste keer hun nieuwe kerk van binnen zagen. Wat vonden ze van al die kleuren? Wat dachten ze van de moderne en uitermate artistieke vormentaal? Paste dit uitgesproken kerkgebouw wel op Andijk, dat weliswaar de mooiste plek op Aarde is, maar toch ook een dorp van mensen met niet veel culturele en artistieke ambities.
Als ds. Steen in het boekje Album der gereformeerde kerk te Andijk, terugblikt op de dienst waarin het gebouw in gebruik wordt genomen, schrijft hij met geen woord over hoe de kerkleden het gebouw vinden.
Soms zegt iets wat er niet staat meer dan wat er wel staat.
Moest de gemeente van toen wennen aan dit voor gereformeerden toch uitbundige kerkgebouw? Vroeg men zich af hoe zoveel heldere kleuren samen kunnen gaan met het sobere zwart van de kleding van ouderlingen en diakenen?

Zeker is dat op die dag de dankbaarheid overheerste. Ds. Steen schrijft over de ingebruikname van de kerk: “Het was een plechtige ure.
Een ure, waarin de gemeente haar God naderde om Hem te danken voor zoo groote zegeningen. De grondtoon was: hoe groot is Gods genade, die ons, onwaardigen, zoo rijkelijk beweldadigt. Uit hand van onzen God ontvangen wij dit kerkgebouw. Geen trots op menschenwerk vervulle het hart, doch de dank worde gelegd aan het voeten van Hem die dit heeft geschonken, Hem die is den Oppersten Kunstenaar en Bouwmeester.”
Dat laatste is zeker waar. God is de Opperste Kunstenaar en Bouwmeester. Wij halen terecht graag Psalm 127:1 aan. Als de Heer het huis niet bouwt tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan. Maar laten we wel bedenken dat zonder de zweetdruppels van de zwoegende bouwvakkers het gebouw er evenmin komt. De leiding bij het bouwen had de kerkenraad opgedragen aan architect Egbert Reitsma. Hij was in 1896 geboren in het Groningse Ulrum als zoon van een aannemer. Ulrum is trouwens het dorp waar ds. Hendrick de Cock in 1834 zich met zijn gemeente als eerste afscheidde van de Hervormde Kerk en daarmee één van grondleggers was van de latere gereformeerde kerken, ook die van ons. De familie Reitsma was gereformeerd, zoon Egbert ook.

Dominees vertellen over God met woorden. Een gelovige architect als Egbert Reitsma spreekt over God in vormentaal. Reitsma doet dat in dit kerkgebouw subtiel, niet opdringerig, maar wie er oog voor heeft ziet een kerkgebouw waarin niet alleen de Goede Boodschap wordt verkondigd, maar die ziet ook een gebouw dat in zichzelf een Goede Boodschap is!

Ik geef enkele voorbeelden:

Let om te beginnen op de bakstenen die aan de buitenkant gebruikt zijn. Dat weet u wel. Het zijn harde klinkers, ruw, ongepolijst. Ik zie daar Andijkers in. Eerlijke mensen, recht toe recht aan, zonder vernislaagje.
Je krijgt wat je ziet. De bakstenen zijn hard gebrand, daardoor verwrongen, kromgetrokken, soms zwartgeblakerd. Doorgaans worden zulke bakstenen als voor de bouw ongeschikte misbaksels terzijde gelegd.
Zo is het denkbaar dat God ons mensen, in zonde ontvangen en geboren, en soms kromgetrokken door het leven, als niet geschikt, als afgekeurde misbaksels terzijde zou leggen. Maar dat doet God niet. Met het cement van zijn liefde voegt Hij al die afgekeurde stenen bijeen tot een schitterend bouwwerk.
Zo maakt God door zijn Geest een gemeente van levende stenen van ons. Wij volgen Jezus na, die zelf een door de bouwlieden afgekeurd steen was, maar door God als hoeksteen is gebruikt.

En kijk ook eens naar het houten gewelf boven uw hoofd. Het telt twaalf hoeken. Alle twaalf zijn ze op andere manier beschilderd. Die twaalf voorstellingen zijn stille verwijzingen naar de twaalf stammen van Israël en naar de twaalf leerlingen van Jezus.
Architect Reitsma wil zeggen: Kijk omhoog! Het leven begint niet bij jou!
Het begint bij God die zijn gemeente al vele eeuwen in stand houdt.
Wij zijn kerk onder het veilige dak van Gods aloude verbond.
Maar steeds opnieuw moeten we aan Gods verbond herinnerd worden.
De bijbel moet open! Dat God en zijn Woord centraal staan in dit gebouw is te zien aan de wijze waarop de banken zijn gegroepeerd. We zitten met zijn allen in een halve cirkel rondom het Woord van God. Alle zichtlijnen, waar je ook zit, komen samen bij de preekstoel met deze opengeslagen bijbel.
Wij zitten aan de voeten van Jezus en vragen: Wat wilt Gij dat ik doen zal?

Wat wil Jezus dat we doen? Het antwoord op die vraag vinden we onder andere verbeeld van de glas-in-lood ramen. Heel verrassend zijn dit allemaal voorstellingen uit het dagelijkse leven. Die man achter die ploeg, dat zou u kunnen zijn. Die stolpboerderij, daarin zouden wij allemaal kunnen wonen. Ga je de kerk weer uit, nadat je het Woord hebt gehoord, dan zie je die glas-in-lood ramen die je vertellen: Jij hebt het Woord van God gehoord, en nu moet je het buiten de kerkmuren gaan waar maken, achter de ploeg, op je schip of in je huis – dáár moet je christen zijn.

Zal ons dat gemakkelijk afgaan? Christen zijn in het dagelijkse leven? Neen. Dat weet de architect ook. Daarom laat hij ons over zand lopen als we over het gangpad naar buiten gaan. Zand? We lopen toch op hout?
Dat is waar, maar de houten vloeren in de kerk zijn terug gebracht naar de oorspronkelijke ruwe zandkleur. Net zoals het volk Israël in de dagen van Mozes gaan ook wij door de woestijn. We zijn vreemdelingen en bijwoners op weg naar het beloofde land. Maar in de woestijn zijn ook oases.
Dit gebouw is een oase waar wij op zondag samenkomen om onze dorst te lessen met het Water des Levens, dat Jezus ons geeft.

Is dit gebouw een oase? Zeker! Kijk eens naar de orgelpijpen die als palmbomen haast tot in de hemel groeien. Kijk eens naar de kleurrijke blokjes, die je overal in de kerk vindt, waarmee de architect op gestileerde wijze de rijk-bloeiende Andijker tulpenvelden verbeeldt. Uitbundig kleuren de velden blauw en geel en rood. Zo wil God dat wij worden. Bloeiende, vruchtdragende kinderen van Hem.

Nog één ding. Dit gebouw is per definitie een gemeenschapsruimte.
Een ontmoetingsplaats. Het moet gezegd dat aan dat samenkomen van de gemeente velen van ons in deze tijd minder behoefte hebben dan onze voorouders toen. Wij zijn niet persé ongeloviger, maar we willen geloven op onze eigen manier.

Geloven is toch persoonlijk? Iets voor jezelf, in de binnenkamer. Het is waar, geloven is een persoonlijke aangelegenheid, iets tussen God en jou. Maar het is ook een gemeenschappelijk gebeuren. God houdt niet alleen van jou, hij houdt van zijn volk! Oud-testamentisch gezegd: God plaatst zijn kinderen in het verband van zijn verbond.
Nieuwtestamentisch gezegd: individuele gelovigen komen pas tot hun doel wanneer ze zich laten samenvoegen als levende stenen tot de bouw van een geestelijk huis. Daarom bouwde onze voorouders dit kerkgebouw.
Zij gaven uitdrukking van hun diepe overtuiging dat de kerk een gemeenschap der heiligen is die tot Gods eer en tot opbouw van zichzelf moet samenkomen, elk zondag opnieuw.

Tenslotte, herinnert u zich die foto waar ds. Steen de eerste steen legt?
Ik laat u via de beamer nog een foto zien. Er staat hier een man met in zijn linkerhand een steen. Het is uw huidige predikant. Hier heb ik diezelfde steen in mijn hand. Ik leg niet een eerste steen. Ik leg er één bij.
En nóg een. En nóg een. 1100 stenen. Die stenen dat zijn u en ik.

Lieve gemeente, ik doe een hartstochtelijk beroep op u om u als levende steen te voegen in het geheel. Wat beteken je als een losse steen?
Samen – daar komt iets moois van. Alleen samen kunnen we een tempel zijn.

Ik hoop dat deze kerk nog vele jaren dienst zal blijven doen.
Wat mij betreft tot aan de dag waarop het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neerdaalt.
Want pas vanaf die dag is er geen tempel of kerkgebouw meer nodig.
Dan zal God, in al zijn kleurrijke schittering, zijn alles en in allen.
Amen.

Ds. Koos Staat

2016-07-14T20:01:06+00:00 26 juni 2016|